zaterdag 23 februari 2008

La Death Road

Het begon ´s ochtends om 07.00 uur op een doordeweekse dag in La Paz. Met een busje vol mede-daredevils reden we de berg op tot het hoogste punt. Daar werden de outfits uitgereikt en de mountainbikes getest. Vooraf dachten we: ´Ach, wij komen uit Nederland en fietsen veel, dus het zal wel meevallen´. Maar toen we de hele groep eens goed bekeken, zag iedereen er aardig sportief uit! Nu moest het dan gebeuren: met z´n 15en een 5 uur durende afdaling, 63 km lang van 4700 tot 1200 meter, door verschillende klimaten met regen, mist, watervallen en zon, waarbij je begint in het koude hooggebergte en eindigt in een warm subtropisch klimaat. Je start op asfalt tot... de weg die de Death Road genoemd wordt: een weg langs de afgrond vol zand, stenen, kuilen, modder en plassen... Maar thx to alle fietslessen van pa en ma konden we de route goed doorstaan. Tines´ zadel en ketting zijn onderweg nog kapot gegaan, maar ze is doorgegaan de bikkel. Twee van onze groep zijn gevallen, maar daar zaten wij niet eens bij! We hebben de Death Road overleefd en het was echt zoooo kicken!

Na 4 dagen (die veel te snel voorbij gingen) verlieten we de geweldige stad La Paz om met de bus naar Lake Titicaca -het hoogste meer ter wereld en het grootste meer van Zuid-Amerika- te gaan. De eerste avond in Copacabana moesten we pinnen om wat eten te kopen, maar wat bleek... er was helemaal geen pin-automaat in deze stad! (ten minste, geen waar je met je mastercard terecht kon) Dus toen hebben we met onze 7 boliviano´s maar twee flesjes water en een pakje biscuits gehaald, haha! De volgende dag zijn we zo snel mogelijk met de bus de grens over gegaan naar Puno (Peru) aan de andere kant van het meer. Daar hebben we de Uros-eilanden bezocht. Dat zijn drijvende rieteilanden waar gezinnen in rieten huisjes wonen. Er was ook een school, een restaurant en een ziekenhuis. Je mocht bij de mensen in huis kijken en foto´s maken. En al leven ze voor een groot deel van het geld van toeristen, tis toch best een raar idee dat er de hele dag mensen langskomen om je leven te bekijken en er foto´s van te maken! Maar ja, net als alle anderen, deden wij daar ook aan mee...

dinsdag 19 februari 2008

Zuurpruimen & zoutvlaktes

Na een ontzettend leuke tijd in Sucre gingen we op weg naar de Salar de Uyuni (Salar, de grootste zoutvlakte ter wereld en Uyuni, een stadje waar je nog niet dood gevonden wil worden volgens Dirko). Met eigenlijk geen idee wat we ons voor moesten stellen bij de Salar, maar er al wel veel mooie verhalen over gehoord te hebben, begonnen we onze hobbelige bustrip naar Uyuni. Ipv dat we het oh zo mooie stadje nog in het daglicht konden aanschouwen, kwamen we pas ´s avonds laat in het donker aan omdat de bus het tussen de bergen en een eenzame lama had begeven.
´s Ochtends vroeg ontmoeten we onze mede´jeep´reizigers: 2 Franse meiden, 2 Israelische dames en Don Juan onze bestuurder. Met 14 andere jeeps gingen we naar de Salar. Daar aangekomen werden we omringd door 1200 km zoutvlakte en dat geeft een spectaculair, sprookjesachtig uitzicht. Na een rustgevende overnachting op een ´zacht´ matras waar vooral de Israelische dames moeite mee hadden, vervolgden we om 7 uur s´ochtends onze trip naar verschillende lagoons die werden omringd door bergen, flamingos en natuurlijk onze vertrouwde lama :-) De derde dag om 4 uur ´s ochtends kwam Don -de wekker- Juan ons wakker maken zodat we met zonsopgang onze eerste douche van de trip in de hot springs konden nemen (een kleine warme pool tussen de bergen waar we met zn 50en ingingen), maar niet voordat we een stop hadden gemaakt bij de geisers waar we snel weer weg moesten omdat één van de Israelische dames riep: I´m suffering, I´m suffering! Wat in het Israelisch betekent: ik wil niet in het openbaar plassen, kunnen we snel doorrijden en een boompje opzoeken! Het was namelijk zo dat de dames eigenlijk een aangepaste (lees: zelfgemaakte) tour wilden doen, maar geen van de 14 reisburo´s bood dat aan, en vervolgens waren wij de gelukkigen bij wie ze in de jeep gestopt werden... De hele trip lang waren I´m suffering en That´s a waste of time hun favo uitspraken, maar Lot heeft hun wel uit hun lijden verlost door elke keer net wat langer foto´s te maken ;-) Onze laatste bestemming was de grens van Chili en toen weer terug naar Uyuni. De trip door de Salar was echt sprookjesachtig, hillarisch en ontzettend leuk, zie ook de foto´s :-)

We vertokken uit Uyuni op dezelfde manier als we binnen waren gekomen, nml in het donker. Maar dit keer was het omdat de elektriciteit uitgevallen was, daardoor waren de straten en kraampjes verlicht door kaarsjes wat een spookachtige sfeer aan dit aparte stadje gaf. In de nachtbus naar La Paz ging het wasmachine-gevoel van de afgelopen drie dagen gewoon lekker door (de wegen zijn hier niet overal geasfalteerd) en 20 min voor La Paz begaf ook deze bus het (wat blijkbaar meer regel dan uitzondering is :-p) waardoor we in een andere bus moesten overstappen en daardoor toch aan de rechterkant (hè Peer! ;-)) La Paz -Bolivia´s grootste stad- binnenkwamen.

zondag 10 februari 2008

Vliegend naar de witte stad

Na alle carnavalsfestiviteiten wilden we dan toch ook eindelijk eens iets cultureels gaan doen. Dus op naar Salar de Uyuni, ´s werelds grootste zoutvlaktes. Vanuit Santa Cruz vlogen we eerste naar Sucre de hoofdstad van Bolivia. Daar wilden we een korte tussenstop maken om schoenen voor Tine te kopen. In Uyuni is het nml rond de 10 graden, dus enigszins koud op alleen slippers. Vanaf het vliegveld gingen we met de taxi naar ons hostel. De taxi´s zijn hier erg goedkoop, maar het is dan ook altijd afwachten of de taxichauffeur de weg weet, of hij een beetje kan rijden en in welke staat de taxi is: de de taxi waar wij in zaten begaf het bijvoorbeeld op een gegeven moment. De taxichauffeur regelde wel speciaal voor ons een agent die ons de weg naar het hostel wees, want deze was wel twee blokken verderop! :-)
In Joy Ride (een Spaans cafe van een Nederlandse eigenaar) zagen we dat er nog plek was om de volgende dag te paragliden. En ach, omdat Tines dacht dat het voor 50 bolivianos ipv dollars was, hadden we binnen 5 minuten al ja gezegd. We zouden met zn vieren gaan, maar twee Nederlandse meiden hadden zich verslapen (en nee dit keer waren wij het niet! :-)) en daardoor mochten wij eerst springen. Bikkel Charlie (oftewel Luca, volgens de instructeur) ging als eerst omdat Tine nog met tranen in haar ogen stond van de 1,5 uur durende autorit door de bergen. Het rennen van de 4000 meter hoge berg totdat je door de wind de lucht in wordt geblazen zag ze toen nog niet echt zitten... maar uiteindelijk heeft ze ´t wel gedaan! Mazzel voor ons dat wij als eerst mochten, want de twee andere meiden konden uiteindelijk niet meer springen doordat de wind was gedraaid en die een kleine twister op de grond had veroorzaakt.
Op de afterborrel ontmoeten we Peer, een lieve, gekke Brabantse hippie die in Sucre is blijven hangen en hier ooit is gekomen omdat zijn last-minute niet naar Nieuw-Zeeland ging, maar naar Zuid-Amerika. We zijn met hem nog naar een echte Boliviaanse markt geweest en hebben daar verse fruitshakes gedronken voor maar 3 bolivianos = 30 cent! We hebben nog maar 2 nachtjes bijgeboekt, want ook al zijn de schoenen al lang gekocht, (in maat super-grande, oftewel gewoon maat 39 :-)) we vermaken ons nog prima in deze kleine, mooie witte stad!

woensdag 6 februari 2008

Santa -Carnaval- Cruz

Na een weekje zee, harde wind, af en toe zon (eigenlijk vooral de laatste dag, waarvan we nu de vellen er nog af aan het halen zijn) en paardrijden over het strand (jaja, zelfs in galop he tines!) was het tijd om weer verder te gaan. We besloten om het toch wel westerse Argentina achter ons te laten en een vlucht naar Santa Cruz (Bolivia) te boeken. Op 1 feb kwamen we daar aan in ons hostel waar we meteen uitgenodigd werden om de komende vier dagen met hun carnaval te vieren! We hadden er zelf helemaal niet zo bij stil gestaan, maar we kwamen dus -blijkt achteraf- precies op het juiste moment op de juiste plaats. Op zaterdag werden we in groene robin hood outfits gehesen en zijn we gewapend met spuitbussen vol schuim naar de parade gegaan. Carnaval hier betekent: veel water, zeep en... verf! Dat laatste wordt pas vanaf dag 2 ingezet, en dat hebben we geweten! De hele stad is aan het feesten, alle winkels zijn dicht en alles (echt alles, zelfs de huizen, auto´s en paarden) are coverd in paint. Met je verfpistooltje schiet je op alles en iedereen om je heen, en krijg je het net zo hard van je omgeving terug. Dat gebeurt hier 3 dagen lang. En dat je je het beste van te voren helemaal in kan smeren met babyolie, wordt duidelijk wanneer je achteraf 1,5 uur onder de douche alle kleuren verf van je af probeert te schrobben. Ach ja, die blauwe handen, rode slippers en stukjes groene haren zijn iig een leuk aandenken! :-)