Het begon ´s ochtends om 07.00 uur op een doordeweekse dag in La Paz. Met een busje vol mede-daredevils reden we de berg op tot het hoogste punt. Daar werden de outfits uitgereikt en de mountainbikes getest. Vooraf dachten we: ´Ach, wij komen uit Nederland en fietsen veel, dus het zal wel meevallen´. Maar toen we de hele groep eens goed bekeken, zag iedereen er aardig sportief uit! Nu moest het dan gebeuren: met z´n 15en een 5 uur durende afdaling, 63 km lang van 4700 tot 1200 meter, door verschillende klimaten met regen, mist, watervallen en zon, waarbij je begint in het koude hooggebergte en eindigt in een warm subtropisch klimaat. Je start op asfalt tot... de weg die de Death Road genoemd wordt: een weg langs de afgrond vol zand, stenen, kuilen, modder en plassen... Maar thx to alle fietslessen van pa en ma konden we de route goed doorstaan. Tines´ zadel en ketting zijn onderweg nog kapot gegaan, maar ze is doorgegaan de bikkel. Twee van onze groep zijn gevallen, maar daar zaten wij niet eens bij! We hebben de Death Road overleefd en het was echt zoooo kicken!Na 4 dagen (die veel te snel voorbij gingen) verlieten we de geweldige stad La Paz om met de bus naar Lake Titicaca -het hoogste meer ter wereld en het grootste meer van Zuid-Amerika- te gaan. De eerste avond in Copacabana moesten we pinnen om wat eten te kopen, maar wat bleek... er was helemaal geen pin-automaat in deze stad! (ten minste, geen waar je met je mastercard terecht kon) Dus toen hebben we met onze 7 boliviano´s maar twee flesjes water en een pakje biscuits gehaald, haha! De volgende dag zijn we zo snel mogelijk met de bus de grens over gegaan naar Puno (Peru) aan de andere kant van het meer. Daar hebben we de Uros-eilanden bezocht. Dat zijn drijvende rieteilanden waar gezinnen in rieten huisjes wonen. Er was ook een school, een restaurant en een ziekenhuis. Je mocht bij de mensen in huis kijken en foto´s maken. En al leven ze voor een groot deel van het geld van toeristen, tis toch best een raar idee dat er de hele dag mensen langskomen om je leven te bekijken en er foto´s van te maken! Maar ja, net als alle anderen, deden wij daar ook aan mee...
Na een ontzettend leuke tijd in Sucre gingen we op weg naar de Salar de Uyuni (Salar, de grootste zoutvlakte ter wereld en Uyuni, een stadje waar je nog niet dood gevonden wil worden volgens Dirko). Met eigenlijk geen idee wat we ons voor moesten stellen bij de Salar, maar er al wel veel mooie verhalen over gehoord te hebben, begonnen we onze hobbelige bustrip naar Uyuni. Ipv dat we het oh zo mooie stadje nog in het daglicht konden aanschouwen, kwamen we pas ´s avonds laat in het donker aan omdat de bus het tussen de bergen en een eenzame lama had begeven. 
Na een weekje zee, harde wind, af en toe zon (eigenlijk vooral de laatste dag, waarvan we nu de vellen er nog af aan het halen zijn) en paardrijden over het strand (jaja, zelfs in galop he tines!) was het tijd om weer verder te gaan. We besloten om het toch wel westerse Argentina achter ons te laten en een vlucht naar Santa Cruz (Bolivia) te boeken. Op 1 feb kwamen we daar aan in ons hostel waar we meteen uitgenodigd werden om de komende vier dagen met hun carnaval te vieren! We hadden er zelf helemaal niet zo bij stil gestaan, maar we kwamen dus -blijkt achteraf- precies op het juiste moment op de juiste plaats. Op zaterdag werden we in groene robin hood outfits gehesen en zijn we gewapend met spuitbussen vol schuim naar de parade gegaan. Carnaval hier betekent: veel water, zeep en... verf! Dat laatste wordt pas vanaf dag 2 ingezet, en dat hebben we geweten! De hele stad is aan het feesten, alle winkels zijn dicht en alles (echt alles, zelfs de huizen, auto´s en paarden) are coverd in paint. Met je verfpistooltje schiet je op alles en iedereen om je heen, en krijg je het net zo hard van je omgeving terug. Dat gebeurt hier 3 dagen lang. En dat je je het beste van te voren helemaal in kan smeren met babyolie, wordt duidelijk wanneer je achteraf 1,5 uur onder de douche alle kleuren verf van je af probeert te schrobben. Ach ja, die blauwe handen, rode slippers en stukjes groene haren zijn iig een leuk aandenken! :-)